Beklag tegen beslag

Aanwijzing afpakken

Beklag tegen beslag

Onlangs schreef mr. Glismeijer een blog over de ontnemingsmaatregel als instrument om crimineel geld af te pakken. Afgezien van deze maatregel komt het Openbaar Ministerie bij dit ‘afpakken’ ook vergaande bevoegdheden tot beslaglegging toe. In dit blog zal worden ingegaan op het strafrechtelijk beslag in het kader van een ontnemingsprocedure en de klaagschriftprocedure die hiertegen kan worden gestart.

Grondslag van beslag
In artikel 134 lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv) wordt inbeslagneming gedefinieerd als: “het onder zich gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering”.

In de artikelen 94 en 94a Sv worden de soorten beslag uiteengezet.

Allereerst het beslag op grond van artikel 94 Sv, oftewel het klassieke beslag. Dit beslag kan worden gelegd met het oog op de waarheidsvinding of het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook volgt uit dit artikel dat beslag kan worden gelegd op voorwerpen waarvan verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen. Een simpel voorbeeld is het moordwapen dat op plaats delict wordt aangetroffen en in beslag wordt genomen.

Daarentegen omvat artikel 94a Sv de grondslag van het conservatoir beslag. Dit beslag wordt gelegd met het oog op verhaal van een op te leggen geldboete, schadevergoedingsmaatregel of ontnemingsmaatregel. In dit blog gaat het dus om de laatstgenoemde variant uit dit artikel.

Waarop en wanneer kan conservatoir beslag worden gelegd?
Conservatoir beslag kan worden gelegd op voorwerpen. In lid 6 van artikel 94a Sv is opgenomen dat onder voorwerpen wordt verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Wel zijn in artikel 94a Sv ook voorwaarden opgenomen voor het leggen van conservatoir beslag. Zo geldt dat sprake moet zijn van een verdenking of veroordeling van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Hiernaast is vereist dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel wordt opgelegd.

Uit de Aanwijzing Afpakken van het Openbaar Ministerie volgt dat het op het beslagmoment geschatte voordeel in beginsel ten minste €500,- moet bedragen, voordat tot het leggen van conservatoir beslag over wordt gegaan. Desondanks kan hiervan worden afgeweken. [1]

Wat kan je doen tegen conservatoir beslag?
Tegen conservatoir beslag kan een beklagprocedure op grond van artikel 552a Sv worden gestart. Tijdens deze beklagprocedure wordt bij de rechtbank of het gerechtshof waar de straf- en/of ontnemingsprocedure aanhangig is, geklaagd over het gelegde beslag.

Bij de beoordeling van een dergelijk klaagschrift dient de rechter te onderzoeken:

  • of de inbeslagneming rechtmatig is
  • of het beslag voldoet aan de in artikel 94a Sv gestelde vereisten en
  • of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen

In de praktijk zal de rechter eerst vaststellen op welke grondslag het beslag rust. Zo zal bij een beklagprocedure, waarin wordt verzocht tot opheffing van beslag op een auto, eerst op grond van de stukken in het dossier – de kennisgeving van inbeslagneming – na worden gegaan op welke basis de auto in beslag is genomen. Op de kennisgeving van inbeslagneming kan bijvoorbeeld staan vermeld dat de auto ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in beslag is genomen op grond van artikel 94a Sv (conservatoir beslag). De rechter dient de rechtmatigheid van het beslag dan te toetsen aan de hand van dat wetsartikel. Daarnaast geldt voor conservatoir beslag dat een machtiging van de rechter-commissaris dient te worden verleend. Ontbreekt deze machtiging, dan is het beslag onrechtmatig en zal een klaagschrift gegrond worden verklaard. [2]

Vervolgens zal worden getoetst of is voldaan aan de eisen uit artikel 94a Sv. Dit houdt in dat dient te worden beoordeeld of ten tijde van de beslissing op het beklag sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Een voorbeeld van zo’n  misdrijf is bijvoorbeeld opzetwitwassen als in artikel 410bis Sr.

Een onmogelijke maatstaf?
Een lastiger punt is de derde maatstaf. Want hoe kan worden vastgesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter een ontnemingsmaatregel zal opleggen? Dit vergt immers een blik in de toekomst, terwijl de rechter in de beklagprocedure niet vooruit mag lopen op het oordeel dat later in de straf- of ontnemingszaak zal volgen. [3]

Indien niet wordt vastgesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een ontnemingsmaatregel zal worden opgelegd, is soms een onderzoek naar de proportionaliteit tussen de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen en de hoogte van het eventueel te ontnemen bedrag op zijn plaats. Enkel in sommige gevallen, want de Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze proportionaliteitstoets geen uitgangspunt vormt, maar dat omstandigheden kunnen meebrengen dat een dergelijke proportionaliteitstoets wel wordt verricht. [4]

Hetzelfde geldt met betrekking tot de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eis van subsidiariteit. [5] Van zulke omstandigheden was sprake in de volgende zaak. [6] In verband met een verdenking van witwassen en valsheid in geschrifte werd conservatoir beslag gelegd op een woning van een vrouw. De vrouw verzocht de Officier van Justitie het beslag op te heffen, omdat zij de kosten van de woning niet meer kon voldoen en daarom de woning wenste te verkopen. Bij dit verzoek werd door de vrouw aangegeven dat zij akkoord ging met beslag op de opbrengst van de verkoop van de woning. De Officier van Justitie ging niet akkoord, waarop de vrouw een beklagprocedure startte. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en wees daarbij op het summiere karakter van de beklagprocedure. Uiteindelijk casseerde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank, omdat zij in dit geval hadden moeten toetsen of het voortduren van het beslag wel voldeed aan de eis van subsidiariteit.

Als de rechter tot het oordeel komt dat de inbeslagneming niet (langer) in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zal hij dit oordeel toereikend moeten motiveren. [7]

Dit betekent dat het van groot belang is om in een beklagprocedure alle feiten en omstandigheden die voor opheffing van het beslag pleiten zo goed mogelijk naar voren te brengen.  Ook is het van belang om in het kader van de subsidiariteit alternatieven naar voren te brengen.

Beklag tegen beslag!
Effectief afpakken heeft voor het Openbaar Ministerie een hoge prioriteit. Het is dan ook geen uitzondering in een zo vroeg mogelijk stadium van het onderzoek al beslag wordt gelegd op voorwerpen en geld van de betrokkene. Vanwege de grote impact die een beslaglegging kan hebben, is het raadzaam een advocaat te raadplegen voor advies omtrent de mogelijkheden die u heeft om dit beslag aan te vechten. Is er in het kader van een lopend onderzoek beslag gelegd en wenst u daartegen actie te ondernemen? Neem dan contact op met ons kantoor. Tijdens een consult kunnen de feiten van uw zaak en de mogelijkheid van een klaagschriftprocedure worden besproken. Wij kunnen u uiteraard ook bijstaan in de straf- en/of ontnemingsprocedure. Ons kantoor is bereikbaar via 020-3080085 of in geval van spoed 06-42306929.

 

[1] Aanwijzing Afpakken, 2016A009.

[2] Rechtbank Den Haag 8 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:8922.

[3] Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823.

[4] Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6164

[5] Hoge Raad 1 oktober 2013, ECLI:NL:HR 2013:833.

[6]Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:899.

[7] Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2879.

Deel dit bericht:
Recommended Posts