Hoe kom ik uit de bak?

Hoe kom ik uit de bak?
Wat is voorlopige hechtenis en hoe kom je eruit.

Zowel de Nederlandse wet alsook het Europees Hof stellen strenge eisen aan de voorlopige hechtenis van burgers. Helaas wijst de praktijk echter uit, dat rechters burgers wel erg makkelijk in hechtenis plaatsen en ook veel te lang houden. 

In deze blog bespreek ik de huidige juridische stand van zaken van de voorlopige hechtenis van verdachten in Nederland. Oftewel burgers die verdacht worden van een strafbaar feit maar van wie de strafzaak nog niet inhoudelijk is behandeld. Burgers die dus nog als onschuldig moeten worden beschouwd, maar in afwachting van hun proces vast zitten.

Wat is er mis, wat moet er veranderen en wat werkt wel?

 

Wanneer is voorlopige hechtenis toegestaan? 

Een burger die van een strafbaar feit wordt verdacht, kan bij voldoende verdenking in hechtenis worden geplaatst in afwachting van zijn proces.
Voldoende verdenking noemen we juridisch ernstige bezwaren.

Voldoende ernstige bezwaren betekent niet dat er al genoeg bewijs is voor een veroordeling.
Het betekent wel dat er meer is dan een vage roddel. Bijvoorbeeld een aangifte en een getuige.

Voorlopige hechtenis is eigenlijk bedoeld voor ernstige feiten. Inmiddels kan echter voor bijna alle feiten in ons wetboek van strafrecht voorlopige hechtenis worden opgelegd.

Naast voldoende verdenking ofwel ernstige bezwaren, moet ook sprake zijn van gronden. 

Onze wet kent een viertal gronden:

Onderzoeksgrond en collusiegevaar (oftewel, hechtenis is nodig om het onderzoek niet te verstoren).

12-jaars feit en geschokte rechtsorde (oftewel: op het delict staat een maximumstraf van 12 jaar plus de maatschappij is geschokt indien de verdachte op vrije voeten blijft of komt).

Recidive- / herhalingsgevaar (oftewel, als de verdachte vrij komt is te verwachten dat hij/zij het feit opnieuw pleegt).

Vluchtgevaar (oftewel, als de verdachte vrij komt of blijft zal hij/zij vluchten en niet op de behandeling van diens zaak aanwezig zijn).

In hoger beroep is ook de eerdere veroordeling door de rechtbank een grond om iemand gedurende zijn proces in hoger beroep in hechtenis te houden.


Wanneer moet een verdachte worden vrijgelaten? 

Indien er niet (meer) voldoende ernstige bezwaren zijn en/of de gronden ontbreken, dan kan geen voorlopige hechtenis worden opgelegd of moet deze worden opgeheven.
De verdachte komt dan in vrijheid, maar zal wel nog wel op een bepaald moment met zijn zaak moeten voorkomen bij de rechtbank of het hof, die alsnog een gevangenisstraf kunnen opleggen.

Als er wel ernstige bezwaren en gronden zijn, dan wordt weliswaar de voorlopige hechtenis opgelegd, maar deze kan vervolgens worden geschorst.

Geschorst worden betekent dat een verdachte in afwachting van zijn proces naar ‘buiten’ mag. Hieraan zijn vaak wel allerlei voorwaarden verbonden, zoals bijvoorbeeld een wekelijkse meldplicht bij de politie, komen op alle zittingen, een contact- of een gebiedsverbod en verplichte gesprekken met reclassering. Ook kan dit voor een beperkte periode zijn, bijvoorbeeld een schorsing tot aan de datum van de uitspraak in de strafzaak.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft landen – zoals Nederland – in eerdere uitspraken goed duidelijk gemaakt, dat gronden voor hechtenis, zoals herhalingsgevaar en recidivegevaar, alleen mogen worden aangenomen als er ook echt concrete feiten en omstandigheden zijn waaruit blijkt dat iemand bij vrijlating zal vluchten of opnieuw strafbare feiten pleegt.

Ook moet er altijd eerst gekeken worden of er andere oplossingen mogelijk zijn in de plaats van een voorlopige hechtenis. Zeker als die hechtenis al een tijdje heeft geduurd, moet de rechter extra kritisch zijn. Dat betekent dus dat een voorlopige hechtenis in principe niet mag worden opgelegd of langer voortduren tenzij er echt geen andere mogelijkheden zijn. [1]


Waarom zitten dan toch zoveel mensen vast in afwachting van hun proces?

Toch zitten er aardig wat mensen vast in een huis van bewaring (hierna: hvb) van wie nog helemaal niet vast staat dat zij iets strafbaars hebben gedaan of duidelijk is wat hun straf uiteindelijk zal worden.
Dit terwijl een voorlopige hechtenis vaak enorm vervelende consequenties heeft.
Men raakt regelmatig het huis, werk en soms zelfs een partner en gezin kwijt.

Hoe komt dat dan?

  1. Onvoldoende tijd en aandacht bij rechters voor de voorlopige hechtenis

Om te beginnen valt mij als advocaat op, dat het merendeel van de rechters ogenschijnlijk wel erg makkelijk de ernstige bezwaren en gronden aannemen en maar weinig kijken naar alternatieven voor voorlopige hechtenis.

De eerste rechter die naar het dossier kijkt is de rechter-commissaris (hierna: RC), binnen een paar dagen na arrestatie door de politie. Dit heet een voorgeleiding. Vaak is er dan nog weinig bekend over de zaak en de persoon van de verdachte en – zeker in grote zaken – houdt de RC gemakshalve iemand vast.
Ook als advocaat krijg je de stukken vaak pas op het allerlaatste moment en is er nauwelijks tijd voor voorbereiding.

Binnen 14 dagen vindt dan een raadkamerzitting plaats. Dit is een besloten zitting waarbij ook maar beperkt tijd is voor de zitting, bestuderen en bespreken van nieuwe stukken door de advocaat met de cliënt. De raadkamer bepaalt of iemand 90 dagen langer blijft zitten.

Binnen die 90 dagen vindt dan of de inhoudelijke behandeling, maar meestal een pro forma zitting plaats. Op deze zitting wordt gesproken over eventueel nader onderzoek en de voorlopige hechtenis. Hierna vinden steeds om de 90 dagen opnieuw pro forma zittingen plaats, totdat de zaak inhoudelijk wordt behandeld.

Dit betekent dus, dat verdachten na een week of twee/drie maar om de drie maanden bij de rechtbank komen. (In hoger beroep zelfs nog minder vaak).
Dit terwijl de wet voorschrijft dat dit eens per maand zou moeten zijn.
Standaard wordt als reden hiervoor gegeven dat de agenda van de rechtbank / het hof te vol is.
Maar in die 17 jaar dat ik strafrechtadvocaat ben, is nog nooit die agenda op orde geweest en vinden zittingen dus standaard om de drie maanden plaats in plaats van iedere maand. Er zijn dus veel te weinig toets momenten.

Daarnaast zijn dergelijke raadkamer- en pro forma zittingen een totale deceptie (teleurstelling) voor gedetineerden. Je zit als verdachte heel vroeg in een busje en daarna uren in het cellencomplex van de rechtbank / het hof voor slechts een paar minuten zitting. Rechters geven ook sterk de indruk haast te hebben en kappen advocaten met regelmaat af. Ook mag niet gereageerd worden op de reactie van de officier van justitie of advocaat-generaal op het pleidooi van de advocaat. Hierdoor kunnen onwaarheden of onjuistheden aan de zijde van het OM niet worden rechtgezet door de advocaat.

Binnen een paar minuten mag je weer naar ‘beneden’ het cellencomplex in en terug naar je hvb alwaar je kunt wachten tot je drie maanden later diezelfde behandeling mag ondergaan.

De rechters kennen daarnaast ook de zaak vaak niet inhoudelijk waardoor zij over de ernstige bezwaren eigenlijk helemaal niet kunnen oordelen. Ook de gronden worden vaak klakkeloos aangenomen en verzoeken schorsing afgewezen, terwijl hier meestal ook dossierkennis voor is vereist.

Vooral in hoger beroep signaleer ik deze problemen.
Hof Den Haag en Hof Amsterdam lijken hierin, ook luisterend naar vakgenoten, de kroon te spannen.

Dossiers zijn vaak ook maanden na het instellen van het hoger beroep nog niet door de rechtbank naar het hof gestuurd, terwijl een gedetineerde dus nodeloos lang zit te wachten op de behandeling van diens hoger beroep. Dus de behandeling van het hoger beroep laat veel te lang op zich wachten.
Maar de raadsheren (rechters bij het hof) kennen dus ook helemaal niet de inhoud van het dossier.

Gemakshalve wordt dan steeds maar het veroordelende vonnis bij de rechtbank als grond aangegrepen om iemand langer vast te houden.
Dit terwijl die grond er natuurlijk per definitie is als je met je gedetineerde client in hoger beroep bent gekomen. Je gaat immers alleen in hoger beroep tegen een veroordelend vonnis.
Het wordt dan puur het alvast uitzitten van een door de rechtbank opgelegde straf, terwijl de hele zaak bij een hoger beroep nu juist helemaal opnieuw open ligt ter beoordeling door een Hof.
Ook kijken hoven zelden echt actief en kritisch naar mogelijkheden voor schorsing, terwijl ook zij dit wel horen te doen.

Als gevolg hiervan zie ik steeds meer cliënten hun hoger beroep dan maar intrekken omdat ze hun ‘straf’ opgelegd door de rechtbank gedurende het hoger beroep zowat al hebben uitgezeten.
Ze willen dan niet de stress van een eeuwig voortdurend hoger beroep met het risico op een hogere straf. En dat is een tendens die natuurlijk echt volstrekt ontoelaatbaar is.
Immers heb je op deze manier dus helemaal niet echt recht op een behandeling van je zaak in hoger beroep zoals de wet en verdragen (ook op Europees niveau) voorschrijven.

Overbelasting van de rechters en het openbaar ministerie en daardoor lange duur van processen mag in deze absoluut geen excuus zijn voor het oneindig laten voortduren van voorlopige hechtenissen.

Kortom er is onvoldoende tijd en aandacht voor voorlopige hechtenissen.

  1. Ontbreken van of onjuiste motivering bij aanname ernstige bezwaren en gronden en afwijzing verzoeken voorlopige hechtenis

Maar ook zijn de beslissingen aangaande de voorlopige hechtenis vaak nauwelijks te volgen omdat een (deugdelijke) motivering voor het (wederom) aannemen van ernstige bezwaren en gronden en afwijzen verzoeken schorsing ontbreekt of gewoon niet strookt met de Europese jurisprudentie waar de Nederlandse rechter zich wel aan moet houden.

Zo worden gronden als vluchtgevaarherhalingsgevaar en geschokte rechtsorde vaak klakkeloos aangenomen, terwijl het Europees Hof voorschrijft dat concrete feiten en omstandigheden dienen te bestaan voor aanname van dergelijke gronden.

De motivering is vaak in strijd met de wettelijke regel dat een verdachte geacht wordt onschuldig te zijn tot de rechter (definitief) anders heeft beslist. Argumenten als dat de feiten lang hebben geduurd terwijl deze feiten dus nog helemaal niet vast staan. Feit dat iemand de feiten makkelijk heeft gepleegd en het daarom wel opnieuw zal doen, terwijl niet vast staat dat hij de dader is. Aannemen dat de maatschappij geschokt is, omdat het een ernstige verdenking betreft, waarbij dat maar de vraag is. Een goede motivering vanuit de rechterlijke macht richting de maatschappij kan bovendien een vermeende ‘schok’ bij vrijlating van een verdachte voorkomen.

Kortom, de ernstige bezwaren en gronden worden veel te makkelijk aangenomen.

Maar ook worden verzoeken om schorsing om de verkeerde redenen of überhaupt zonder motivering afgewezen.
Als je als advocaat met een goed alternatief voor de voorlopige hechtenis komt, dan mag dit niet zomaar worden afgewezen.
Nu wordt vaak als motivering voor afwijzing gebruikt, dat het persoonlijk belang het strafvorderlijk belang bij voortduring van de hechtenis niet overstijgt.
Maar dat zou betekenen dat als niet je kind of jijzelf bijna op sterven ligt, maar eindeloos vastgehouden kunt worden tot je zaak een keer inhoudelijk wordt behandeld.

Datzelfde geldt voor de recente motivering van rechters bij afwijzing van een schorsingsverzoek, omdat sprake zou zijn van verdenking van een feit waar maximaal 12 jaar op staat. Schorsing zou zich niet verhouden met de geschokte maatschappij als iemand vrij komt.

Maar het gaat puur nog om een verdenking niet een veroordeling voor een 12 jaars feit en nog steeds moet dus worden gekeken of die zogenaamde schok niet kan worden weggenomen door bijvoorbeeld goed te motiveren waarom toch voor vrijlating in afwachting van het proces wordt gekozen. Of door andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld een groot aantal voorwaarden waar de verdachte zich aan moet houden tijdens die schorsing.

Deze huidige, toch vaak gebruikte motiveringen van rechters bij de afwijzing van verzoeken tot schorsing zijn wat mij betreft gewoon ronduit in strijd met hetgeen het Europese Hof heeft bepaald. Regel is namelijk dat geen hechtenis mag worden opgelegd danwel deze moet worden geschorst, tenzij… niet andersom zoals nu wordt gedaan. Iets waar de Nederlandse rechters zich ook aan moeten houden maar dus meestal gewoon niet doen.


Wie signaleert deze problemen nog meer?

Vorige maand verscheen nog het artikel “Alternatieven voor voorlopige hechtenis in Europa en Nederland: de advocaat als onterechte sleutelhouder.”, van Miranda Boone, Pauline Jacobs en Joep Lindeman d.d. 15 februari 1019 (DD 2019/12). Boone is hoogleraar criminologie. Jacobs en Lindeman zijn universitair (hoofd)docent aan onder meer het Willem Pompe Instituut.

Zij doen in dit artikel verslag van hun onderzoek in de periode januari 2016 – januari 2018 naar de praktijk van voorlopige hechtenis en het gebruik van alternatieven daarvoor in Nederland en zes andere EU-landen.

Ook zij constateren dat Nederlandse rechters te makkelijk ernstige bezwaren en gronden aannemen en nauwelijks kijken naar alternatieven voor de voorlopige hechtenis.

Zij verwijzen in hun stuk ook naar andere onderzoeken van de afgelopen jaren waaruit de volgende conclusies zijn getrokken:
– Voorlopige hechtenis wordt in Nederland veel te makkelijk opgelegd.[2] – Nederlandse rechters gebruiken de voorlopige hechtenis vaak voor het alvast uitzitten van een straf terwijl dit in strijd is met de wettelijke regel dat verdachten nog onschuldig worden geacht tot het tegendeel definitief vast staat.[3] – Zelfs 3 Rotterdamse rechters hebben in 2013 erkend dat opsluiting eerder regel dan uitzondering is.[4] – De motivering van beslissingen van voorlopige hechtenis ontbreekt of is onvoldoende. Vaak wordt volstaan met slechts het aankruisen van een paar vakjes op een standaardformulier. Dit terwijl bij motiveren soms tot andere beslissingen werd gekomen (Resultaten van een praktijkonderzoek van het College voor de Rechten van de Mens (CRM) naar de motivering van beslissingen tot het opleggen van voorlopige hechtenis uit 2017.[5]

Wat moet er veranderen? Een paar suggesties voor rechters en de politiek.

Wat moet er mijns inziens veranderen, willen rechters een steviger impuls krijgen te handelen conform de Europese richtlijnen.

1. Koppel direct rechters aan een zaak die de zaak uiteindelijk ook inhoudelijk beoordelen.
Hoewel dit sinds een paar jaar ook gewoon al beleid is, merk ik toch regelmatig dat dit niet gebeurt.
Dossiers gaan van bureau naar bureau en rechters die wel over de voorlopige hechtenis moeten oordelen kennen met regelmaat het dossier niet inhoudelijk.
Dat is zeker in grote zaken het geval.

Vanuit de rechtspraak moet het regel zijn dat de rechters die worden gekoppeld aan een zaak, deze zaak ook zelf afhandelen ongeacht eventuele roulatie naar andere afdelingen binnen de rechtspraak.
Het zou ook regel moeten zijn dat ieder uit de strafkamer, dus alle rechters, vanaf aanvang het dossier inhoudelijk kennen. Anders worden zij mijns inziens geacht niet te kunnen oordelen over het opleggen of voortduren van de voorlopige hechtenis. De gerechten dienen dit ook actief te controleren.

Op deze manier zijn ook concrete rechters aanspreekbaar bij eventuele onregelmatigheden aangaande de voorlopige hechtenis.

Natuurlijk kan dit in het nadeel van een verdachte werken omdat deze steeds dezelfde rechters voor zich krijgt. Maar mijns inziens is dit systeem veel rechtvaardiger, omdat de juiste personen dan wel op vrije voeten komen.
Zo had ik laatst een dame als cliënt in een grote drugszaak (5.000 kilo import coke) waarbij ik echt de stellige overtuiging dat zij ten onrechte vast zat en wiens zaak ook nog wel een tijd zal duren.
Het enkele feit dat de rechter in raadkamer maanden eerder toevallig de medeverdachten op zitting had gehad en hij mitsdien het dossier kende, maakte dat mijn verweren over het gebrekkige bewijs bij hem aan kwamen en mijn cliënte het voordeel van de twijfel kreeg en geschorst werd.

Dit is echter eerder uitzondering dan regel en dat moet en kan op korte termijn echter wel worden veranderd.

2. Zittingen mogen standaard niet korter duren dan 15 minuten.
Rechtbanken en hoven moeten mijns inziens ook worden verplicht om standaard minimaal 15 minuten uit te trekken voor een zitting waarbij de voorlopige hechtenis wordt getoetst.
Zittingen van 1-3 minuten, 108 op een dag zoals ik laatst twitterde, bij het Hof Amsterdam, moeten echt tot het verleden behoren. Het hof rechtvaardigde in een reactie die hoeveelheid met de stelling dat een fiks aantal advocaten en verdachten toch niet zouden komen.

Maar de reden hiervoor is voor een groot deel gelegen in hetgeen ik zojuist schetste: zo’n zitting is voor een verdachte (en een advocaat) vaak een totale deceptie en heeft zelden enig zin.
Waarom zou je dan nog gaan?

Rechtbanken en hoven dienen, of een advocaat en een verdachte nu verschijnen of niet, die 15 minuten gebruiken om echt kritisch naar de mogelijkheden voor opheffing of schorsing te kijken. Alleen als het echt niet anders kan, moet iemand worden vrijgelaten, niet andersom.

Agenda drukte mag geen argument zijn om zittingen korter te laten duren, omdat dit al zolang ik me kan herinneren het geval is en er kennelijk geen enkele stimulans is vanuit de overheid of de rechtspraak om een en ander beter te organiseren.

3. Rechters moeten het lef hebben verdachten vrij laten indien strafzaken langer dan 3 maanden duren
Die stimulans zal er wel zijn vanuit de overheid om het OM en de rechtspraak beter op orde te krijgen, als het gevolg is dat rechters verdachten gewoon los gaan laten omdat een strafproces langer dan 3 maanden duurt.
Hoewel we er als procespartijen bijvoorbeeld allemaal aan gewend zijn geraakt dat rechter-commissarissen er maanden over doen getuigen te horen, moet dit per direct veranderen.
Processen moeten en kunnen echt veel sneller afgehandeld worden dan nu het geval is.
Bovendien komt dit de waarheidsvinding ten goede omdat met het verstrijken van de tijd verklaringen van getuigen minder betrouwbaar raken en bepaalde andere onderzoeken niet meer kunnen.

Natuurlijk zal het OM, de politiek en de maatschappij verontwaardigd zijn als verdachten waarbij wel echt bezwaren zijn tegen hun vrijlating op vrije voeten komen.
Maar ik zou zeggen, reden temeer om het strafproces eindelijk eens op orde te brengen.

Op dit moment maakt de politiek het strafproces namelijk alleen maar erger door ridicule wetswijzigingen, reorganisaties en onverantwoorde beperking van budgetten voor alle procespartijen.
Vanuit de advocatuur maar zelfs ook de rechtspraak wordt al jaren moord en brand geschreeuwd, echter zonder enig effect.

Eens zien wat het en masse vrijlaten van verdachten zal doen met deze volstrekt onwenselijke ontwikkeling.

4. De beslissingen van raadsheren bij het Hof aangaande de voorlopige hechtenis moet worden getoetst.
Zoals ik als advocaat maar ook onderzoekers stellen vast dat rechters in veel gevallen niet juist omgaan met de voorlopige hechtenis.

Nu kun je bij onjuiste beslissingen bij de rechtbank nog wel, zij het zeer beperkt, in hoger beroep naar het hof.
Nu de problemen echter juist regelmatig bij het hof zich voordoen, en het hof niet door een hogere instantie wordt getoetst, sta je met lege handen.
Dat is vreemd, omdat de Hoge Raad wel beslissingen van het hof in de strafzaak zelf toetst op juridische juistheid en motivering. Maar die toets mogelijkheid is er niet als je als advocaat in hoger beroep met een gedetineerde client zit die door het hof ten onrechte maar niet wordt vrijgelaten.
Ook dan zou de Hoge Raad moeten controleren of het hof de regelgeving, dus ook de Europese, wel juist toepast.Ook bij het Europees Hof zou een aparte kamer moeten komen, die hangende lopende strafzaken op nationaal niveau, snel kan worden benaderd in geval een land de Europese richtlijn in een zaak niet toepast.Nu kan hierover pas worden geklaagd als de strafzaak op nationaal niveau definitief is afgerond.
Verdachten zijn dan vaak alweer vrij en kunnen het financieel of emotioneel niet meer opbrengen nog jaren verder te procederen bij het Europees Hof over een hechtenis die inmiddels in het verleden ligt.

Ook vind ik dat Presidenten van rechtbanken en hoven een veel actievere rol dienen vervullen bij de toezicht op de handelwijze van rechters.
Natuurlijk dient een President niet te worden benaderd voor onwelgevallige beslissingen aangaande de voorlopige hechtenis.
Maar als geconstateerd wordt dat bepaalde rechters of raadsheren steeds weer de Nederlandse en Europese wet en regelgeving ten aanzien van de voorlopige hechtenis onjuist toepassen, dan dienen ook zij deze rechters hierop actief aan te spreken.
Immers kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat het soms ook gewoon beleid is bij een rechtbank of hof om op een bepaalde manier met de voorlopige hechtenis om te gaan.
Het verschil tussen de rechtbank en hoven onderling is soms namelijk echt opvallend.

Nu kan bij een President enkel worden geklaagd over de bejegening van procespartijen door rechters.
Dat is mijns inziens een veel te beperkte klachtmogelijkheid.
Biedt advocaten ook de mogelijkheid om de President te wijzen op misstanden zoals hiervoor omschreven zodat er actief iets aan wordt gedaan.

Een aantal jaren geleden heb ik dat gedaan in geval van een bepaalde raadsheer bij het Hof Amsterdam die EN advocaat en verdachte niet correct bejegende en te weinig tijd bood, maar ook steeds weer een verkeerde motivering hing aan de aanname van de grond vluchtgevaar. Een motivering die een paar jaar geleden nog meerdere rechtbanken en Hoven gebruikten, te weten dat de verdachte geen vaste woon- en verblijfplaats in Nederland heeft maar wel in een ander Europees land. Dat is een motivering die gewoonweg in strijd is met Europese regelgeving en jurisprudentie. Oftewel, verdachten werden op basis van deze motivering dus ten onrechte vastgehouden. Zo ook mijn cliënt. Maar omdat het in mijn geval ging om een raadsheer (dus een rechter bij het hof) kon ik deze onjuiste beslissingen van zijn hand niet laten toetsen door een ander orgaan en koos ik toch voor een klacht bij de President. In dit geval leidde dit tot een oplossing van het probleem, de beste man werd vrijgelaten, maar doorgaans zullen dergelijke klachten direct worden afgewezen omdat ze niet gaan over de bejegening.

5. Verplichte uitgebreidere modellen/checklisten voor rechters bij beslissingen aangaande de voorlopige hechtenis.
Als rechters zo graag met standaardformulieren werken, zoals uit een van voornoemde onderzoeken bleek, dan moet hier per direct een aangepaste versie voor komen die wel recht doet aan de richtlijnen van het Europees Hof. En niet zoals de huidige versie een slappe invuloefening behelst.

Zo dient op dit formulier duidelijk te worden aangegeven welke motivering noodzakelijk is bij de aanname van ernstige bezwaren en gronden. En welke motivering niet is toegestaan.
Een rechter moet dan in die motivering vervolgens ook blijk van geven het dossier alsook de bezwaren van de verdediging te kennen en onderzoek te hebben gedaan naar het daadwerkelijk bestaan van voldoende ernstige bezwaren en gronden.

Ook moeten op deze checklist alle mogelijke alternatieven of voorwaarden voor hechtenis worden aangegeven en dient de rechter uitgebreid te motiveren hoe hij deze alternatieven heeft onderzocht en waarom geen enkel alternatief mogelijk zou zijn.

Alleen dan is voor de procespartijen duidelijk hoe de rechter tot diens oordeel is gekomen.

6. Substantieel verhogen schadevergoeding onterecht ondergane hechtenis
Gaat het dan toch mis en heeft een verdachte toch onterecht danwel veel te lang in voorlopige hechtenis doorgebracht, dan dient de schadevergoedingen vele malen hoger te zijn dan die paar tientjes die een ex gedetineerde thans ontvangt per onterecht gezeten dag.

Bovendien dient de wet aldus te worden aangepast, dat ook in geval van een te lang geduurde hechtenis een schadevergoeding mogelijk moet zijn. Nu is er alleen recht op een schadevergoeding als de strafzaak is geëindigd zonder straf of maatregelen. Ook als iemand voor meerdere feiten heel lang vast zat en slechts voor een heel klein feitje uiteindelijk een hele korte straf is opgelegd.

Niet alleen rechters, maar ook het OM zal dan wel drie keer vaker nadenken alvorens iemand vast te zetten.

Bovendien kan ook die procedure prima in een maand worden afgerond en niet 6-12 maanden zoals nu vaak het geval is. Mensen hebben dat geld nodig om hun leven weer op de rit te krijgen na langdurige detentie.

Wat kunnen advocaten er aan doen om hun cliënten zo snel mogelijk vrij te krijgen?
Ervaringen uit de praktijk bij Van Essen Advocaten.

Het is natuurlijk makkelijk om te roepen wat er allemaal mis is en wat rechters anders moeten doen.
Maar ook aan de zijde van advocaten valt veel te winnen.
Natuurlijk blijft het belangrijk dat advocaten rechters steeds weer wijzen op hun Europeesrechtelijke verplichtingen wat betreft de voorlopige hechtenis.
Echter leert mijn ervaring dat deze argumenten niet tot andere beslissingen leiden, omdat de rechters die richtlijnen natuurlijk ook wel kennen. Het leidt eerder tot verveling in de zaal, omdat ze eindeloos dezelfde verwijzingen naar Europese jurisprudentie moeten aanhoren terwijl ze het al zo druk hebben.

Een paar tips die naar onze ervaring wel werken:

1. Advocaat dient rechtbank of het hof tijdig en schriftelijk om meer spreektijd te verzoeken

Zorg dat je als advocaat per definitie de rechtbank en het hof ruim voor de (raadkamer of pro forma)zitting schriftelijk verzoekt om meer spreektijd als je echt meer tijd nodig hebt je verzoeken aangaande de voorlopige hechtenis toe te lichten.
Deze extra tijd mag een rechtbank en een hof in beginsel niet weigeren.
Het excuus aan de zijde van de rechtbank of het hof dat je het kort moet houden omdat de planning geen langere spreektijd toelaat is dan namelijk niet meer mogelijk.
Indien meer spreektijd, tijdig gevraagd, alsnog wordt geweigerd, dient de President van die bewuste rechtbank of dat hof te worden benaderd om deze handelwijze van rechters aan de kaak te stellen.
Immers mag een advocaat maar Europees recht naar redelijkheid niet worden beknot in de verdediging.

2. Advocaat moet volhardend zijn in voordragen en motiveren verzoeken

Zeker in het geval meer tijd is gevraagd, moet een advocaat zich dus vervolgens ook niet laten afkappen door een rechtbank of hof. Doet de rechter dit toch, dan dient de griffier ‘akte’ hiervan gevraagd te worden. Dit betekent dat de bezwaren van de advocaat hierover letterlijk in het verslag van de zitting moeten komen. Op die manier kan de handelwijze van die specifieke rechter of strafkamer later worden getoetst. Vergeet hierbij als advocaat niet te wijzen op de Europese rechten van je cliënt, zodat hier ook zo nodig later bij het Europees Hof over kan worden geklaagd.

Het Hof Den Haag wijst dergelijke verzoeken om meer tijd vaak af met als motivering dat je als advocaat alvast je pleidooi mag opsturen die de raadsheren dan zullen lezen.
Maar de advocaat mag dit pleidooi dan vervolgens niet meer voordragen.
Enige controle op de vraag of de rechters het pleidooi dan wel echt gelezen hebben is er niet.
Ook daar heeft het Hof Den Haag echter een oplossing voor gevonden: de voorzitter vat dan kort het pleidooi van de advocaat samen.
Ik vind dit echter een volstrekt onwenselijke situatie.
Iedere procespartij heeft zo zijn eigen taak. Het is niet aan de rechters om een pleidooi voor te dragen. Dat doet de rechtbank toch ook niet met het requisitoir van het OM?
De verdediging dient, ook als het over de voorlopige hechtenis gaat, precies op de wijze die haar gerade voorkomt, haar standpunten ter zitting uiteen te zetten.

3. Advocaat zelf actief en goed onderbouwd verzoeken indienen
Een advocaat dient bovendien gedurende het gehele strafproces ook zelf steeds weer actief op zoek te gaan naar argumenten voor opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis en hier stukken ter onderbouwing voor te vinden.

De advocaat kan namelijk ook altijd zelf een extra zitting krijgen door zelf actief een verzoek opheffing/schorsing in te dienen bij de raadkamer van de rechtbank of het hof.
Het gaat echter vaak mis bij de onderbouwing van een dergelijk verzoek. Als je niets nieuws te melden hebt, heeft een dergelijk verzoek namelijk geen enkele zin want deze wordt dan zonder zitting direct afgewezen. Wat wel helpt is als advocaat zo actief mogelijk alternatieven voor de hechtenis en (bijzondere) voorwaarden aandragen, die de aanwezige gronden kunnen ondervangen en mitsdien rechters het vertrouwen geven dat het bij een vrijlating van deze verdachte ‘goed’ zal gaan. Natuurlijk komt vanuit de maatschappij, direct na een schiet incident zoals van de week in Utrecht, de roep om de wet aan te passen en mensen nog langer vast te houden.
Met de wet is echter helemaal niets mis en doorgaans verloopt een opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis gewoon prima. De rechters moeten de wet gewoon goed toepassen.

4. Verzoeken om een reclasseringsrapport over mogelijkheden schorsing zoals bijvoorbeeld middels Elektronisch Toezicht
Een mogelijk alternatief voor voorlopige hechtenis is Elektronisch Toezicht (hierna: ET). Je advocaat kan specifiek een verzoek indienen om een zogenoemd ET rapport door reclassering te laten opmaken.
Bij een dergelijk rapport onderzoekt reclassering de mogelijkheden om een verdachte diens proces thuis af te laten wachten met een enkelband. De laatste weken stelt Reclassering zich echter steeds op het standpunt, dat ET enkel geïndiceerd is als sprake is van slachtoffers of een gebied waar de verdachte bij moet worden weggehouden. Het OM en rechters lijken deze redenering ineens over te nemen. Maar eerder werd ET juist ter ondervanging van de grond ‘vluchtgevaar’ gebruikt.
Omdat het echter mogelijk is gebleken een enkelband af te knippen en alsnog te vluchten, zou ET ineens niet meer daarvoor bedoeld zijn.
Ik vind dat een onzinnige redenering. Immers geldt dat voor alle maatregelen om vluchtgevaar te ondervangen.
Voorwaarden zoals reisdocumenten inleveren en een wekelijkse meldplicht op een politiebureau kunnen immers ook worden omzeild.

ET is bovendien – als je die redenering van reclassering aanhoudt – ook nutteloos voor het weghouden van een verdachte bij slachtoffers of een gebied/locatie. Immers kan ook met die bedoeling toch een enkelband worden afgeknipt en alsnog een gebied of slachtoffer worden benaderd?

Ik zou dan ook willen adviseren om te blijven verzoeken om ET rapportages bij cliënten die anders gewoon niet worden vrijgelaten. Maar wellicht is het dan beter om een rapport te verzoeken waarin alle mogelijke alternatieven en voorwaarden voor schorsing worden onderzocht.
Als er namelijk alternatieven zijn, en dit staat ook zwart op wit in een reclasseringsrapport, dan zal dit de rechter – zo leert onze ervaring – eerder stimuleren om de Europese richtlijnen toe te passen en tot schorsing over te gaan.

5. Aanbieden borgsom
Ook ervaren wij als kantoor ineens een kentering bij met name de Rechtbank Rotterdam wat betreft de borgsom.
Daar waar deze voorheen echt zelden werd toegepast, wordt deze thans wel als een wenselijk alternatief gezien voor hechtenis en ter ondervangen van vlucht- of herhalingsgevaar.

Het idee is dan dat een financiële prikkel, bestaande uit de angst dit geldbedrag te verliezen indien met zich niet aan de voorwaarden voor schorsing houdt, beter nog dan elektronisch toezicht, onder meer het vluchtgevaar ondervangt. Een aantal cliënten van mij die vast zaten, beiden voor toch flinke witwaszaken, zijn na betaling van een dergelijke borgsom vrij gekomen. De hoogte van de borgsom hangt af van de aard van de zaak. Je kunt je voorstellen dat indien met een bepaald delict aantoonbaar tonnen is verdiend door je cliënt, een borgsom van 10.000 euro een rechter niet het vertrouwen zal geven dat je client niet zal vluchten.
Bij lagere bedragen en aantoonbaar beperkte middelen aan de zijde van de verdachte zal dit weer anders zijn.

6. Overwegen eerder afleggen verklaring
Ook is het niet handig om te wachten tot aan de inhoudelijke behandeling van je strafzaak om dan pas op zitting een verklaring af te leggen.
Als je meent onschuldig te zijn, moet je zorgen dat je advocaat eerder een verhoor regelt en dit verhoor ook goed met je voorbereid en bijwoont.
Wachten tot aan de zitting is dan echt niet slim, omdat die verklaring dan niet nader kan worden onderzocht op juistheid. Of de rechters schuiven die verklaring dan terzijde, of je zaak wordt nog langer uitgesteld om alsnog onderzoek naar die verklaring te gelasten. Hierdoor zit je onnodig langer vast.

In een moord/doodslag- zaak van onlangs in ons kantoor heeft dit geleid tot opheffing van de hechtenis omdat de ernstige bezwaren door die verklaring en het aanvullend onderzoek hiernaar, niet langer bestonden. Die cliënt is dus nu in vrijheid in afwachting van zijn proces.

7. Omzetten voorlopige hechtenis naar executie openstaande gevangenisstraf
Als echt niets helpt en simpelweg gewacht moet worden tot de inhoudelijke behandeling, terwijl er ook nog een oude definitieve straf open staat van een andere strafzaak, laat dan je advocaat verzoeken de voorlopige hechtenis op te schorten en om te zetten in het uitzitten van die nog openstaande straf in die andere zaak.
Hierdoor besteed je de tijd in hechtenis in ieder geval op een ‘nuttige’ manier.
Wij hebben dit onlangs met succes in een tweetal grote doodslag / moordzaken verzocht en ook gekregen.

Dit waren onder meer het aan de Holleeder zaak gelieerde Husky onderzoek met verdachte/cliënt Murat K., waarbij we cliënt uiteindelijk voor de strafzaak hebben vrijgesproken gekregen. Ze hadden hem in afwachting van dat strafproces nooit laten gaan, maar door de omzetting van de voorlopige hechtenis naar het uitzitten van een andere definitieve straf heeft hij die tijd deels toch goed kunnen besteden.

Ook in het geval van een andere cliënt van mij die al heel lang vast zat op verdenking van een dubbele moord, waarbij mogelijk ook een vrijspraak volgt, zit nu eerst alvast een oude straf uit. De voorlopige hechtenis is dan niet geschorst maar opgeschort tot die andere straf is uitgezeten.

Tot zover de stand van zaken in Nederland wat betreft de voorlopige hechtenis. Wat moet er veranderen en wat kun je als advocaat doen om toch succes voor je cliënt te behalen.

Bent u of een vriend of familielid van u verwikkeld in een strafzaak?
Is hierbij sprake van voorlopige hechtenis?
U bent altijd welkom om vrijblijvend contact met ons op te nemen teneinde te bezien wat de mogelijkheden zijn.
Wij geven de voorkeur aan mail, maar gedetineerden mogen vanzelfsprekend ook gewoon bellen. Liefst op ons vaste kantoor 0031-20-3080085 en in geval van spoed op 0642306929. Ook voor een second opinie of verwijzingen vanuit onze beroepsgroep zijn wij immer beschikbaar.

Mr. Van Essen (advocaat)
vanessen@vanessen-advocaten.nl

[1] Khodorkosky vs. Russia, 31 mei 2011, opp. Nr. 5829/04.
[2] Meer informatie over dit project en alle publicaties zijn te vinden op de webiste www.irks.atdetour/.
[3] L. Stevens, ‘Voorlopige hechtenis en vrijheidsstraf. De strafrechter voor voldongen feiten?’, Nederlands Juristenblad2010, 1208 (p. 1520-1525) en L. Stevens, ‘Voorlopige hechtenis in tijden van risicomanagement. Lijdende of leidende beginselen?’, Delikt en delinkwent 2012/36 (p. 384-387).
[4] J.H. Jansen, F.W.H. van den Emster & T.B. Trotman, ‘Strafrechters over de praktijk van de voorlopige hechtenis. Een oordeel van de werkvloer!’, Strafblad 2013 (6), p. 430-444.
[5] College voor de Rechten van de Mens, Tekst en uitleg, maart 2017.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]
Deel dit bericht:
Gerelateerde Posts