Lid studentenvereniging vrijgesproken van openlijke geweldpleging

Lid studentenvereniging vrijgesproken van openlijke geweldpleging 

Regelmatig schrijven wij op onze kantoorwebsite een blog over omvangrijke en complexe strafzaken.
Uit de zaak waarover deze blog gaat blijkt maar weer eens dat met een strafzaak die op het eerste gezicht niet groot of complex lijkt, grote belangen kunnen zijn gemoeid.

De cliënt in deze zaak werd verweten dat hij zich tijdens de ontgroening van zijn studentenvereniging schuldig had gemaakt aan openlijke geweldpleging. 
Cliënt, destijds 19 jaar oud, kreeg in het kader van de toelating tot zijn toekomstige dispuut een opdracht.
In een groep van vier studenten moest hij uilen op de deuren van studentenhuizen van (rivaliserende) studentenverenigingen schilderen. Deze opdracht behoort tot een zeer oude studententraditie.

Omdat de groep studenten alcohol had gedronken besloten de studenten een taxichauffeur in te schakelen om hen langs de verschillende studentenhuizen in het centrum van Amsterdam te rijden. Na de huizen te hebben voorzien van een uil gingen zij richting het station. Nadat de taxichauffeur de heren had rondgereden, afgezet en een flinke fooi had geïncasseerd, besloot de chauffeur het handelen van de jongens te melden bij de politie.

De politie arresteerde het groepje studenten direct. Vervolgens hebben zij een hele dag doorgebracht in een politiecel, voordat zij door de politie werden verhoord. De officier van justitie besloot een zogeheten strafbeschikking uit te vaardigen. Wanneer men deze betaalt, of niet binnen 14 dagen in verzet gaat, wordt in feite de schuld erkend.
Het gevolg hiervan is dat het delict op de justitiële documentatie (het ‘strafblad’) komt te staan. Dit kan grote gevolgen hebben voor een verklaring omtrent gedrag én dus voor iemands toekomst.
Voor meer informatie over de strafbeschikking kan de blog van 12 mei 2017 worden geraadpleegd.[1]

In het geval van cliënt hield deze strafbeschikking in dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, zoals bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafrecht.
Zeker in het geval van cliënt zou dit grote gevolgen kunnen hebben.
Cliënt zit op dit moment in het tweede jaar van zijn universitaire studie en zal op korte termijn zijn studie gaan voortzetten in Shanghai. Voordat hij zal afreizen naar Shanghai, mag hij eerst nog een stage lopen in New York.
Een strafblad zou deze toekomstplannen in de weg kunnen staan!

Cliënt ging in verzet. De zaak werd vervolgens behandeld door de Rechtbank Amsterdam.
Ik heb mij namens cliënt op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van openlijke geweldpleging en dat cliënt diende te worden vrijgesproken. 

De wet vereist bij openlijke geweldpleging dat er sprake is van geweld dat met een zodanige kracht is aangewend dat het de openbare orde heeft kunnen schokken.
Tijdens mijn pleidooi heb ik een aantal handelingen aangehaald die, volgens de rechtspraak, kunnen worden aangemerkt als geweld dat met een zodanige kracht is aangewend dat dit ook daadwerkelijke de openbare orde kan schokken, bijvoorbeeld:

  • het besmeuren van grafstenen;[2]
  • het bespuiten met graffiti van een treinstel;[3]
  • het gooien van eieren op de Amerikaanse ambassade.[4]

Zou het de openbare orde nu werkelijk schokken als er – geheel volgens de mores – een uil op een deur van een studentenhuis staat?

Het handelen van cliënt is mijns inziens niet vergelijkbaar met de hiervoor genoemde voorbeelden. Zoals opgemerkt ging het om een ‘studentengrap’, die onderdeel uitmaakt van een oude traditie. Na zijn vrijlating is cliënt onmiddellijk naar de verschillende huizen gegaan om, onder het genot van een biertje, de uilen van de deuren te verwijderen.
Mijns inziens kan dan ook niet worden gesteld dat het handelen van cliënt werkelijk de openbare orde zou schokken, hetgeen betekent dat cliënt zou moeten worden vrijgesproken.

De Rechtbank Amsterdam deelde het standpunt van de verdediging en sprak cliënt vrij.
Het openbaar ministerie is tegen deze uitspraak niet in hoger beroep gekomen.

Waar studentenverenigingen de laatste tijd in de media onder vuur hebben gelegen, vaak juist vanwege hun ‘tradities’, heeft deze student op bijval van de Amsterdamse rechtbank kunnen rekenen.

Dhr. mr. J.E. (Justin) Kötter, advocaat
Dhr. D.J. (Diederick) van Rinsum, student-stagiair


[1] ‘De strafbeschikking, een gedrocht!’,  https://www.vanessen-advocaten.nl/9885/
[2] HR 16 september 1996, NJ1997/88
[3] Rb. Zwolle 30 januari 2007, LJN AZ7358
[4] HR 11 november 2003, LJN AL6209
Deel dit bericht:
Recommended Posts