Omgang met (minderjarige) kinderen na de echtscheiding

Omgang met (minderjarige) kinderen na de echtscheiding

In veel echtscheidingsprocedures waarbij (minderjarige) kinderen zijn betrokken, vormt de omgang met de kinderen een discussiepunt tussen partijen.
Ouders vinden regelmatig, om hun moverende redenen, dat de andere ouder minder dan wel geen omgang met het kind c.q. de kinderen dient te hebben. In sommige gevallen stelt de ouder zelfs dat het gezag van de andere ouder dient te komen te vervallen.
In dit blog gaat mr. Kötter in op de rechten en plichten die de ouder in dit kader heeft jegens dan wel tegenover de andere ouder.

Het recht op omgang
Het kind heeft het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat.[1]
Het recht van het kind op omgang met zijn ouders brengt tot uitdrukking dat het kind een eigen recht heeft op omgang met zijn beide ouders. Dit recht volgt uit nationale regelgeving en rechtspraak, maar ook uit internationale wetgeving en de daarbij behorende rechtspraak. Zo vloeit het recht op omgang onder andere voort uit het in artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde recht op eerbiediging van familiy life (familie- en gezinsleven).

Het recht op omgang met het (minderjarige) kind geldt ook voor de ouder die geen gezag heeft over het kind. Sterker nog, uit de wet volgt dat deze ouder zelfs de plicht heeft tot omgang met het kind.[2]
Uit de wet vloeit voorts voort dat de ouder bij wie het kind normaal verblijf heeft de banden van het kind met de andere ouder dient te bevorderen.[3] In de rechtspraak wordt benadrukt dat dit beginsel in het belang is van de kinderen alsmede van de betreffende ouder(s).[4]

Gaan de ouders scheiden dan dienen zij een ouderschapsplan op te stellen waarin onder meer dient te zijn opgenomen hoe de verzorgings- en opvoedingstaken worden vormgegeven. Onder de verzorgings- en opvoedingstaken wordt ook de omgang tussen ouder(s) en kind(eren) verstaan. De ouders proberen bij het opstellen van dit ouderschapsplan hun kind(eren) te betrekken. Vervolgens zijn de ouders verplicht om dit ouderschapsplan te voegen aan het verzoekschrift tot echtscheiding.

Hierbij wordt nog opgemerkt dat het recht op omgang zelfs geldt voor derden die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staan.
Personen met een nauwe persoonlijke betrekking zijn bijvoorbeeld de grootouders[5], broers en zussen[6], halfbroers en halfzussen[7], de ex-stiefouder, ex-partner van de ouder of een ex-pleegouder zijn. Voor het aantonen van een nauwe persoonlijke betrekking is het van belang dat de desbetreffende persoon bijkomende omstandigheden moet stellen waaruit voortvloeit dat er tussen het kind en de derde een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM.

Ontzegging van het recht op omgang
Het is goed denkbaar dat het niet langer gewenst is dat een kind nog langer omgang heeft met een van zijn ouders.
De vraagt rijst dan ook of het recht op omgang aan een ouder kan worden ontzegd. Deze vraag dient bevestigend te worden beantwoord.
Het recht op omgang met het (minderjarige) kind is namelijk niet absoluut van aard. Op de in de wet omschreven gronden kan de omgang met het kind worden ontzegd.[8]

De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
b. de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Het kind kan op zich niet bepalen dat hij/zij geen omgang wil met de ouder.
Wel is het zo dat de mening van het kind (steeds) relevanter lijkt te worden naarmate deze ouder wordt. De rechter heeft de mogelijkheid om het kind van 12 jaar en ouder te horen, waarbij het kind naar zijn/haar mening wordt gevraagd.

De rechter kan de ontzegging van het recht op omgang met het (minderjarige) kind vaststellen voor bepaalde of voor onbepaalde tijd.[9]

Naleving en wijzigen van de omgangsregeling
Komt de ene ouder de omgangsregeling jegens de andere ouder niet na, dan bestaat er de mogelijkheid om deze nakoming in een spoedprocedure (kort geding) te vorderen.

Op de rechter rust vervolgens een zware inspanningsverplichting om het wederzijdse recht op omgang tussen de ouder en het kind daadwerkelijk tot stand te brengen.
Omgang is een verplichting van beide ouders richting hun kinderen. Om ouders te dwingen om hun afspraken in dit kader na te komen kan én moet de rechter soms zelfs een dwangsom opleggen. Deze dwangsom vormt dan de prikkel tot nakoming van de vastgestelde regeling.

Naast dat de ouder kan vorderen bij de rechtbank dat de bestaande omgangsregeling wordt nagekomen, is het ook mogelijk om de beslissingen van een rechter over de omgang tussen kind en ouder te wijzigen. Zo kan de beslissing worden gewijzigd indien men bij het nemen van de beslissing is uitgegaan van onjuiste dan wel onvolledige gegevens of indien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De kortgedingprocedure is niet geschikt voor het wijzigen van de omgangsregeling.
De wijziging zal dienen plaats te vinden middels een bodemprocedure die ook wel verzoekschriftprocedure wordt genoemd. Deze procedure duurt veelal een aantal maanden.

Bijstand nodig? Bel gerust!
Wij zijn ons terdege bewust van het gegeven dat geschillen met betrekking tot uw kind tussen u, uw ex-partner en/of derden, op z’n zachts gezegd, zorgen voor enorme stress. Het gaat immers over hetgeen u het meest lief is: uw kind(eren).

Dit maakt dat wij in onze bijstand altijd trachten deze stress bij u weg te nemen door snel te handelen, bereikbaar te zijn en samen met u te kijken naar de best mogelijke oplossing voor u én uw kind(eren).

Wenst u bijstand in een procedure die ziet op de omgang en/of gezag, schroom dan niet contact op te nemen met ons kantoor.

Mr. J.E. Kötter
Advocaat bij Van Essen Advocaten


[1] Zie artikel 1:377a lid 1 BW eerste volzin.
[2] Zie artikel 1:377a lid 1BW, laatste volzin.
[3] Zie in dit kader o.a. artikel 1:247 lid 3 BW.
[4] Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2015
[5] Rb. Arnhem 11 oktober 2010,  ECLI:NL:RBARN:2010:BO3786.
[6] Gerechtshof ’s Hertogenbosch 26 januari 2006,  ECLI:NL:GHSHE:2006:AV4210
[7] Gerechtshof Leeuwarden 29 november 2012,  ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7402
[8] Zie in dit kader artikel 1:377a lid 3 BW.
[9] Zie artikel 1:377a lid 2 BW.
[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]
Deel dit bericht:
Recommended Posts