Rechterlijke machtiging oudere dame

Rechterlijke machtiging oudere dame

Een zwak heb ik voor haar, mevrouw H. die ik inmiddels alweer een paar jaar bijsta in haar BOPZ-zaken.
Zo is ze een aantal malen opgenomen met een inbewaringstelling alsook is herhaaldelijk een rechterlijke machtiging verleend.
Een keurige dame, welbespraakt, slim en met een enorm gevoel voor humor.
Maar de diagnose luidt dat zij een psychiatrische aandoening heeft die maakt dat zij niet goed genoeg voor zichzelf kan zorgen.
Keer op keer weet ze mij maar ook de rechter te overtuigen dat ze naar huis kan.
Dit lukte ons beider dan ook herhaalde malen te bewerkstelligen.
Maar keer op keer komt ze terug in de kliniek.
Het verdriet en de teleurstelling was dan ook groot, toen deze week het oordeel van de rechter anders luidde.
U gaat nu niet naar huis, en waarschijnlijk gaat dit uberhaupt niet meer gebeuren, aldus de rechter.
Vanuit de kliniek zult u waarschijnlijk naar een tehuis gaan waar de juiste zorg kan worden geboden.
Ook al ben ik nog niet in de zeventig, toch probeer ik me voor te stellen hoe die boodschap – hoe juist wellicht ook – bij me aan zou komen.
‘Ik ga nog liever dood’, sist ze me toe als iedereen na de uitspraak de kamer heeft verlaten.
Nooit meer alleen ontbijten, lunchen, dineren. Opstaan en gaan slapen wanneer de kliniek of het tehuis dit wil. Afstand doen van spullen die je dierbaar zijn omdat je ze niet mee kunt nemen. Een groot gebrek aan privacy en vrijheid. Een verlies van zelfbeschikking.
Het beeld dat ze me schetst van haar toekomstig bestaan is realistisch en deprimerend.

Ik vind het moeilijk haar achter te laten in de kliniek, maar ja ik kan haar ook niet meenemen.
Gelukkig kruisen we een man die zich voorstelt als de geestelijk verzorger. Ik vraag of hij tijd heeft om met mevrouw even te praten omdat zij net slecht nieuws heeft gehad.
Dat heeft hij en hij neemt haar onder zijn hoede.

Terug op kantoor laat ik een en ander op me inwerken en besef dan ook iets anders.
Ik zie mevrouw H. steeds als ze weer enigszins is opgelapt in de kliniek.
Ik heb haar nog nooit gevonden in haar woning als ze daar weer eens 2 dagen alleen heeft gelegen na een val zonder water of voeding.
De dood in de ogen kijkend. Is het vooruitzicht, in een tehuis, onmenselijk? Of op deze manier, vroeg in de zeventig, aan je einde te komen?

Misschien egoïstisch, maar ik hoop beroepshalve nog een tijdje van mevrouw H. en haar humor te mogen genieten.

Mr. Marielle van Essen
Strafrecht en BOPZ specialist
Oprichter Van Essen Advocaten 

Deel dit bericht:
Recommended Posts