Sepot in vermeende kinderpornozaak

Michael P geen levenslang

Het grootste gedeelte van de praktijk van mr. Kötter bestaat uit (vermeende) zedenzaken, reden dat hij regelmatig schrijft over dit onderwerp. De zaak die wordt besproken in de onderhavige blog mag niet onbesproken blijven. In deze zaak heeft een groot team van de politie in de vroege ochtend de woning van cliënt en diens (jonge) gezin doorzocht en leeggehaald, waarna cliënt is vastgezet, gehoord door de zedenpolitie en op zijn werk werd hij geschorst. Een half jaar later werd door de Officier van Justitie de conclusie getrokken dat hij ten onrechte was verdacht van het bezitten van kinderporno. 

In september 2018 heeft de politie in de (zeer) vroege ochtend, met een groot aantal agenten, een ‘bezoek’ gebracht aan de woning van cliënt en diens gezin.
Bij dit bezoek heeft de politie, met een voet tussen de deuropening, aangegeven dat cliënt werd verdacht van het bezit van kinderporno. De politie heeft vervolgens de woning doorzocht en alle gegevensdragers in beslag genomen. Cliënt stelde zich onmiddellijk en uitdrukkelijk op het standpunt dat van enig strafbaar handelen geen sprake was.

De vrouw van cliënt heeft mij vervolgens verzocht om cliënt bij te staan in deze kwestie. Nadat cliënt werd aangehouden is hij een hele dag gehoord door de zedenpolitie.
Het verblijven in een politiecel – hetgeen overigens absoluut geen hotelkamer is zoals men vaak stelt – en het worden gehoord als verdachte is voor veel verdachten, op z’n zachts gezegd, een uiterst onprettige situatie, maar een verhoor bij de zedenpolitie is al helemaal pijnlijk. Zo is het tijdens deze verhoren gebruikelijk dat een verdachte uitgebreid door de zedenpolitie wordt bevraagd over seksualiteit en het seksleven. Cliënt werkte keurig mee en gaf, hoe moeilijk soms ook, antwoord op de vragen die werden gesteld.

Na het verhoor heb ik, na het indienen van een groot aantal verzoeken, eindelijk het volledige dossier mogen ontvangen van het Openbaar Ministerie.
Uit de stukken bleek dat eerder in 2018 door een jonge man melding was gemaakt bij de politie van het feit dat hij via WhatsApp kinderporno had gekregen van een vriend.
Deze vriend zou de kinderporno van een voor hem onbekend persoon hebben gekregen via WhatsApp. Deze onbekende persoon liet via WhatsApp weten dat het versturen van de afbeeldingen een foutje was. De jongens hebben vervolgens zelf ‘onderzoek’ gedaan naar het nummer van de verzender van de kinderporno. Uit zeer simpel zoekwerk via Google volgde dat het nummer van de onbekende verzender was gekoppeld aan een Facebookaccount van cliënt. De politie heeft dit simpele zoekwerk niet verder uitgebreid en is aan de hand van de informatie van de jongens het huis van cliënt binnengegaan, waarbij niet alleen het huis maar ook het leven van cliënt en zijn gezin op z’n kop werden gezet.

Bij de bestudering van het dossier viel verder op dat de verzonden kinderporno niet door de politie was aangetroffen op de in beslag genomen gegevensdragers van cliënt. Dit is opvallend, nu deze speciale onderzoeksteams van de politie de beschikking hebben over tools die het mogelijk maken om bestanden terug te halen of naar boven te krijgen waarvan men veelal zelf niet eens weet dat deze gegevens (nog) bestonden.

Maar hier bleef het niet bij.
Zoals aangegeven, ontkende cliënt onmiddellijk, maar hij kon dit in het begin nog niet onderbouwen, omdat wij simpelweg geen dossier kregen en niet wisten wat de verwijten inhielden. Eenmaal het dossier in ons bezit werd dit anders. Cliënt zag dat de afbeeldingen waren verzonden met een nummer dat hij al lang niet meer in zijn bezit had. Dit nummer stond nog wel op zijn Facebook, maar het koppelen van zijn nummer aan zijn Facebook had hij jaren geleden gedaan bij het aanmaken van zijn account en vervolgens nooit meer gewijzigd. De verdediging heeft zelf het onderzoek uitgevoerd dat door de politie diende te worden uitgevoerd. Zo werd door de verdediging contact gelegd met de KPN.
Alle stellingen van cliënt bleken juist te zijn. Cliënt had het abonnement, gekoppeld aan het desbetreffende nummer, al bijna een jaar geleden beëindigd, waarna het nummer weer is ‘vrijgekomen’ en een prepaid nummer is geworden dat vervolgens opnieuw is uitgegeven door de Hema.

In een zeer uitgebreid en onderbouwd verzoek heb ik de Officier van Justitie verzocht om de zaak te seponeren. Dit zou inhouden dat cliënt niet (verder) zou worden vervolgd.
Na een aantal maanden berichtte de Officier van Justitie mij dat cliënt ten onrechte is aangemerkt als verdachte. De zaak jegens cliënt werd geseponeerd.
De strafzaak is dan nu wel afgelopen en cliënt en zijn vrouw lijken te mogen ontwaken uit een halfjaar durende nachtmerrie, maar de kwestie is niet afgerond. De verdediging zal de geleden schade verhalen op de Staat en de door cliënt ingeschakelde arbeidsrecht advocate zal verder procederen.

Deel dit bericht:
Recommended Posts