Wat is gevaarlijk en daarmee strafbaar rijgedrag in de zin van artikel 5 Wegenverkeerswet?

art. 5 WVW

Enkele weken geleden stond ik een cliënt bij tijdens een zitting bij de kantonrechter.
Cliënt was gedagvaard door het Openbaar Ministerie wegens gevaarlijk rijden ex artikel 5 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW).
Hij dreigde hierdoor een strafblad te krijgen hetgeen hem zou belemmeren in zijn werk.
De vraag in deze zaak was: wanneer rijd je als burger nu precies gevaarlijk in de zin van artikel 5 WVW? Oftewel, wanneer is eventueel gevaarlijk rijgedrag nu precies strafbaar en wanneer niet. De zaak voor deze cliënt eindigde in een vrijspraak. Maar niet zonder slag of stoot. De uitspraak van de rechter gaf wel wat interessante inzichten voor soortgelijke toekomstig zaken.

Bespreking van de casus
Cliënt rijdt rond 12 uur ’s nachts na een etentje in het donker met zijn vriendin naar huis.
Als zij nog maar 2 rotondes van hun huis verwijderd zijn, zit er ineens een voor hen onbekende auto bijna achter op hun bumper. Het is een donkere Suzuki met een tweetal mannen erin.

Bij het verlaten van de eerste rotonde en rijdende richting de tweede rotonde, blijft de bumperklever gevaarlijk dicht op de auto van cliënt rijden. Omdat cliënt bij een eventueel noodzakelijk remmen vanwege een situatie voor hem, deze auto achter hem letterlijk OP zijn bumper zal krijgen, besluit hij wat meer gas te geven. Hij doet dit om een veiligere afstand te creëren.

Op datzelfde moment haalt de auto achter hem echter een gevaarlijke inhaalmanoeuvre uit. Gevaarlijk, omdat de afstand tot de tweede rotonde nog maar een meter of honderd is. Gevaarlijk, omdat er bovendien tegenliggers te verwachten zijn.
Het is dan ook niet voor niets dat de middenlijn op de weg een doorgetrokken streep betreft. Oftewel het is daar helemaal niet toegestaan om in te halen.

Beide auto’s moeten door deze gevaarlijke inhaalmanoeuvre ineens vol op de rem. Cliënt weet niet wat hij meemaakt, maar hij moet bij die tweede rotonde linksaf slaan en is dan al aangekomen bij zijn huis. Hij denkt dat de kwestie ten einde is.

Wat schetst echter zijn verbazing; nog tijdens het inparkeren voor zijn woning wordt er stevig op zijn raam gebonsd en aan zijn portier gerukt. Hij opent zijn portier en een man duikt al tierend half de auto in. Het blijkt een agent te zijn. Cliënt en zijn vriendin worden gemaand de auto uit te komen en het rijbewijs van cliënt wordt direct ingevorderd. Geen cautie, geen hoor en wederhoor. Cliënt zou de agenten in levensgevaar hebben gebracht door snelheid te maken daar waar zij wilden inhalen in verband met een melding over een collega in levensgevaar. Die melding was kennelijk seconden later al foetsie, want de bewuste agent blijft een minuut of 10 met zijn collega stilletjes naast hem tieren tegen cliënt, hoorbaar voor alle buren.

Zowel de auto van deze agenten alsook noodgedwongen de auto van cliënt staan al die tijd in het donker half op de weg, hiermee het overig verkeer belemmerend.  Een derde vorm van gevaarlijk weggebruik door de agenten.

Cliënt moet voorkomen op verdenking van gevaarlijk rijgedrag ex artikel 5 WVW
Hoewel het ons enkele dagen later lukt het rijbewijs van cliënt terug te krijgen, wordt ons uitgebreide verzoek om de zaak te seponeren door de officier van justitie tot onze verbazing afgewezen. Ook onze onderzoekswensen worden merendeels afgewezen.
De officier zet de vervolging tegen cliënt door, waardoor deze enkele maanden later moet voorkomen bij de kantonrechter voor gevaarlijk rijgedrag ex artikel 5 WVW.
Op zijn dagvaarding staat, dat hij gevaarlijk zou hebben gereden door op dat korte stukje tussen beide rotondes naar schatting van de agenten 100 km in plaats van 50 km / uur te hebben gereden. Bovendien zou cliënt (herhaaldelijk) zijn snelheid hebben verhoogd, hiermee de inhaalmanoeuvre van de agenten belemmerend.

Een veroordeling betekent voor cliënt een strafblad en daarmee problemen met zijn reizen voor werk. Maar het ergste is zijn aangetaste gevoel voor rechtvaardigheid. Hij handelde immers vanuit een goede intentie: een veiliger situatie creëren op de weg door afstand te maken tussen hem en de bumperklever achter hem. Cliënt wist niet dat sprake was van agenten met haast. Zij reden immers in een normale burgerauto zonder geluids- of lichtsignalen. Maar ook de manier waarop hij en zijn vriendin door deze agenten zijn staande gehouden en uitgescholden zonder de kans te krijgen hun kant van het verhaal te vertellen, maakt op hen diepe indruk.

Belangrijk dus om de zaak goed uit te zoeken en te verwoorden ten overstaan van de kantonrechter. Op zitting neemt de kantonrechter ruim de tijd om het dossier met cliënt te bespreken. Met cliënt wordt zowat iedere seconde, iedere handeling en iedere beslissing die daaraan ten grondslag ligt besproken. Het wordt in mijn optiek volstrekt helder dat het niet cliënt maar juist de agenten zijn die gevaarlijk hebben gereden. Cliënt heeft enkel hierop geanticipeerd op een begrijpelijke wijze gezien de situatie aldaar ter plaatse. Ook wordt duidelijk dat het proces-verbaal bevindingen van beide agenten op een aantal onderdelen helemaal niet klopt.

De officier van justitie eist veroordeling
Desondanks requireert (betoogt) de officier van justitie dat cliënt moet worden veroordeeld.
Hij zou de agenten in gevaar hebben gebracht door zijn handelwijze en daar staat een straf op wat hem betreft.

Het pleidooi van de verdediging: vrijspraak
Bij pleidooi bespreek ik de bedoeling van de wetgever met artikel 5 WVW, te weten enkel de bestraffing van personen die gevaarzettend rijgedrag hebben vertoond.
Gevaarzettend rijgedrag betekent gevaar veroorzakend rijgedrag.

Toegepast op de feiten in deze zaak, stel ik vast, dat het juist de agenten zijn die gevaar veroorzakend rijgedrag, oftewel gevaarzettend rijgedrag hebben vertoond. Niet cliënt.

Gekeken naar eerdere vergelijkbare zaken in de jurisprudentie, behoort dan niet diegene te worden gestraft die vervolgens al dan niet gevaarlijk reageert op dit gevaarzettend rijgedrag.

Zelfs niet als de weggebruiker, cliënt dus, door het gevaarzettend rijgedrag van een andere weggebruiker, in dit geval de agenten, een ernstig ongeluk veroorzaakt.

De verwijtbaarheid ligt dan nog steeds bij die weggebruiker die ‘begon’ met gevaarlijk rijden.

In casu zijn het de agenten die:

1. Beginnen met gevaarlijk rijden door gevaarlijk dicht op de bumper van cliënt te rijden, waardoor een aanrijding is te verwachten als cliënt vanwege een voorliggende situatie moet remmen;
2. Hun gevaarlijk rijgedrag vervolgen door een inhaalmanoeuvre uit te voeren op een stuk weg waar dit niet is toegestaan, gezien de doorgetrokken streep, de korte afstand voor een tweede rotonde en de te verwachten tegenliggers;
3. Zelf kennelijk ontoelaatbaar hard rijden nu ze aangeven in hun pv bevindingen dat ze schatten dat cliënt 100 km / uur reed, terwijl zij een ontoelaatbare inhaalmanoeuvre uitvoerden. Kennelijk reden ze dus zelf net zo hard, zo niet harder.
4. Een en ander terwijl zij in een onherkenbare politieauto reden, zonder geluids- of lichtsignalen te voeren, terwijl dat in de bewuste auto wel kon.
5. Vervolgens hun eigen auto en die van cliënt onnodig midden op de weg in het donker laten staan, enkel omdat een van beide agenten zijn tirade van 10 minuten kan uitvoeren.

Hoewel de agenten in hun pv bevindingen aangeven dat cliënt hen expres zou hebben belemmerd in te halen, kunnen zij ten eerste niet in het hoofd van cliënt kijken. Bovendien heeft cliënt direct bij staande houding al gezegd dat hij sneller reed omdat hij schrok van het weggedrag van de voor hem onbekende auto.
Ook blijkt het pv van de agenten op meerdere andere onderdelen niet te kloppen. Zo was de afstand tussen beide rotondes – na een check op Google Maps – niet 600, maar slechts 240 meter. Dat maakte voor de beoordeling van de situatie wel nogal verschil.

Redenen waarom ik de kantonrechter verzocht cliënt voor het tenlastegelegde vrij te spreken.

De uitspraak van de kantonrechter
Hierna was het aan de kantonrechter om te oordelen, hetgeen hij uitgebreid gemotiveerd deed. Hij verdeelde hiertoe de situatie in meerdere momenten.

Het eerste moment, was de beslissing van cliënt om snelheid te vermeerderen in verband met de bumperklever. Die beslissing was volgens de rechter niet strafbaar, omdat hij het aannemelijk vond dat cliënt dit deed om een veiliger situatie te creëren op een moment dat juist de andere auto een onveilige situatie veroorzaakte.

Echter het moment dat deze personenauto cliënt inhaalde en mitsdien niet meer achter maar naast hem reed, was die gevaarlijke situatie van bumperkleven voorbij, aldus de rechter.
Cliënt had toen direct moeten afremmen, teneinde deze inhaalmanoeuvre van de andere auto mogelijk te maken en voor beiden een veiliger situatie te creëren. Door nog enige tijd diens snelheid aan te houden, was een onveilige situatie ontstaan die hem wel degelijk verweten kon worden aldus de kantonrechter.

Op dat moment zag ik mezelf al naar de balie lopen om hoger beroep in te stellen, want dit was in mijn optiek absoluut niet in lijn met wat de wetgever heeft bedoeld met artikel 5 WVW en met hetgeen in eerdere zaken al door rechters is bepaald.

Maar… de kantonrechter vervolgde zijn uitspraak door hierna aan te geven dat van een burger in zo’n hectisch en kort moment niet kan worden verwacht dat hij de perfecte afweging maakt en beslissing neemt. Het was aannemelijk dat cliënt in verwarring was geraakt door het rijgedrag van de agenten, temeer daar zij geen geluids- of lichtsignalen voerden, en het voor hem dus niet duidelijk was dat hij met politie van doen had.

Cliënt werd daarom vrijgesproken!

Hoewel de motivering dus niet geheel in lijn is met de mijns inziens staande jurisprudentie, is de uitkomst wel naar wens. Cliënt blij, ik blij…

Zelf juridische hulp nodig?
Moet u zelf voorkomen voor een overtreding van de WVW?
Moet u voorkomen op verdenking van een ander strafbaar feit?
Wilt u bijstand ter zitting of enkel voorafgaand advies?

U mag mij altijd een mail sturen op info@vanessen-advocaten.nl en uw casus voorleggen onder vermelding van mr. Marielle van Essen en de titel van dit blog. Ik zal hier dan persoonlijk naar kijken teneinde te beoordelen of ik of een collega u bij uw kwestie behulpzaam kan zijn.

Deel dit bericht:
Recommended Posts